COLUMN door bezoekers.....


Onderstaand worden columns geplaats welke zijn geschreven door de bezoekers van Mijn Voetbal Nostalgie. Uiteraard gaan de verhalen over die mooie nostalgische voetbalperiode van de 60-70 en 80er jaren. 

KLIK OP DE TEKST VOOR VERGROTING.....


Geschreven door Henk van Kuijk.....

DOS kampioen,

DOS wie? Ja, dat weten niet veel mensen meer. Dat was jarenlang de beste club van Utrecht. Als jochie ging ik het ene weekend naar DOS, in stadion De Galgenwaard, en het andere weekend naar Elinkwijk of Velox. In die clubs speelden destijds tal van talenten. Ze hielden hun eigen jeugd nog vast, leidden ze op. Tonny van der Linden was de grote ster van DOS. Van Hanegem voetbalde in deeltijd bij Velox, hij was stratenmaker. Tonny werkte bij Houthandel Jongeneel, vlak achter mijn ouderlijk huis. Ik zag hem soms fietsen naar zijn werk. In 1958 eindigden DOS en Sportclub Enschedé, met Abe Lenstra, samen bovenaan. Er moest een beslissingswedstrijd komen, heel goed, aan doelgemiddeldes deed men toen nog niet. Zo zou het weer moeten zijn. Die wedstrijd zou gespeeld worden in De Goffert in Nijmegen, van NEC. Net zo'n betonnen bak met wielerbaan als De Galgenwaard. Het was eind juni, en knetterwarm, 35 graden. 

Een grote stroom auto's trok vanuit Utrecht naar Nijmegen. Ik was elf jaar, ik had geen kans om de wedstrijd bij te wonen. Maar, de club verzon een beperkte oplossing. Ze zette twee enorme luidsprekers op het groene speelveld, het radioverslag zou daaruit te horen zijn. Dat trok 15000 bezoekers naar het stadion. Nooit meer keken zoveel mensen geboeid alleen naar twee luidsprekers. Ik was er met een vriendje, mijn ouders hadden het met zeven kinderen te druk thuis. Ik weet ook goed dat het zo warm was, je kan het zien op de foto's uit de Goffert, allemaal witte overhemden. De wedstrijd was heel spannend. Maar er waren niet veel kansen. Abe had zijn bekende dribbels, maar scoorde alleen in buitenspelpositie. Keeper De Munck was heel goed. Ik zag DOS thuis tegen hem spelen, ik kreeg een kaartje via een vriendje van wie de vader bij DOS speelde. Toen legde Abe die verdedigers en De Munck in de luren.  

Maar omdat De Munck later Jane Mansfield mocht kussen bij een aftrap, was hij nu heel goed. Na negentig minuten stond het nog 0-0. Er kwam een drink- en opfrispauze, met emmers water. Toen kwam er een verlenging van zeveneneenhalve minuut, niet de nu gebruikelijke twee keer vijftien minuten. In de derde verlenging scoorde Tonny van der Linden met een schitterend schot in de rechter bovenhoek, nauwelijks te zien op de zwartwit samenvatting. De cameraman was verrast. De golden goal. Het enorme juichen daarna is perfect te zien. Hoe denkt u dat het eruit zag in De Galgenwaard, met 15000 fans, en twee luidsprekers? Ik weet niet of die zijn blijven staan, toen iedereen het veld opstroomde. Utrecht één keer landskampioen. Daarna stroomden vele Utrechtse talenten door, helaas, naar andere clubs. Henk Wery, Reynier Kreyermaat, Hans Kraaij, Willem van Hanegem, Joop Jochems, Frans Geurtsen, Frans de Munck, Marco van Basten, Wesley Sneijder......... ze gingen knap verdienen. Tonny van der Linden begon een televisiezaak aan de Amsterdamse Straatweg.



Geschreven door Floris Meulbroek 

Hugo,

Op voetbalgebied had Studio Sport destijds bijna alles in handen. Behoudens de zaterdagavond, waar TROS Sport en AVRO's Sportpanorama de sporadische zaterdagavondwedstrijden in samenvatting mochtenuitzenden, was alles bij de NOS te zien. De stemmen van de voetbalcommentatoren schalden bij iedere voetballiefhebber vertrouwd door de huiskamers. Gedurende mijn jeugd waren dat met name Kuiphof en Verhoef en later kwam daar ook nog Reitsma bij. Allen op hun eigenkarakteristieke wijze becommentarieerden zij op deskundige wijze de wedstrijden.

Deze toppers werden, naarmate de jaren vorderden, aangevuld met nieuwe collega's. Afhankelijk van hun kennis en kunde werden ze gekoppeld aan wedstrijden welke qua niveau het beste bij hen pasten. Ik wil het hierbij hebben over Hugo Walker. Hugo kreeg meestal de wedstrijden uit het rechter rijtje, wat meteen ook de pikorde bepaalde onder de commentatoren. Voetballers merkten wel eens gekscherend op dat het verschijnen van Hugo bij hun club een indicatie was dat het niet even goed ging.


Hugo had een mooie diepe stem en was zeer zeker heel enthousiast. Hugo beheerste echter niet de vaardigheid om meteen de naam van de voetballer te benoemen die met een actie bezig was. Zo ontstonden derhalve de kreten als : "Ingeschoten !" en "Komt dat schot!" en daarbij iets van tijd te kunnen winnen om ondertussen de naam van de daadwerkelijke schutter op te kunnen zoeken.

Hugo 'kreeg' in de jaren 70 vaak clubs van het kaliber FC VVV, die toen in het rechterrijtje bivakkeerde : "Kursinaaaaac!!! Jovanovicc ! Goed gestopt hoor Sobczak". En jaren later kennen we Hugo natuurlijk ook nog van "Lacatuuuus" tijdens de WK wedstrijden van Roemenië.

Maar dit werd door het grote publiek geaccepteerd. Hugo was immers Hugo. Wat de meesten echter niet wisten, was dat Hugo zelf ook een topsportverleden had. Hij was een niet onverdienstelijke honkballer geweest die zelfs het Nederlands team heeft gehaald. Ook was hij maatschappelijk goed bezig, hij was een succesvol ondernemer en onder andere uitgever van een vakblad over marketing.

Dus was verslaggeven voor Koen, Herman en Theo core business, het was voor Hugo slechts een bijbaantje maar wat hij wel met veel plezier deed. Zo pikte hij wel mooi de beroemde penalty van Cruijff en Olsen mee, tegen Helmond Sport: "Curieus" was toen zijn korte commentaar op de uitvoering van de penalty, en hij had het niet beter kunnen verwoorden. En zo ontwikkelde hij zijn eigen vocabulaire. Velen noemden dat het Walkeriaans. Zijn foutjes zijn hem vergeven, maar toch ook daar denk ik nog met plezier aan terug:

Zo zag hij tijdens de legendarische wedstrijd West-Duitsland - Algerije op het WK 82 de Algerijnen zelfs 3-1 maken, terwijl iedereen allang door had dat de bal in het zijnet belandde. Hugo was echter door het dolle heen: Belloumi die de 3-1 scoorde, wat een sensatie !

Opeens zag Hugo dat Tony Schumacher de bal gewoon neerlegde om een doelschop te nemen en toen kreeg Hugo door dat hij een inschattingsfout had gemaakt. Het bleef toen eventjes stil in het commentaarhokje. De jaren vorderden en Hugo werd ouder en ging afbouwen, en tijdens een van zijn laatste jaren als commentator, toen de elektronische wisselbordjes net waren ingevoerd, en er nog 2 minuten extra tijd bij kwam, had hij nog een hele sterke:

"Bijzonder dit, de nummer 2 gaan ze toch nog wisselen terwijl het al bijna tijd is". Hugo verdween geruisloos van het podium. Namen als Sierd de Vos en Frank Snoeks namen het over. Inmiddels is hij er niet meer, maar dankzij de vele bewaard gebleven wedstrijden zal de stem van Hugo Walker ons altijd blijven herinneren aan die tijd en blijft hij voor mij onlosmakelijk verbonden aan die vele wedstrijden in al die jaren.



geschreven door Henk van Kuijk

Humphrey Mijnals,

Als jochie voetbalde ik in Utrecht op zaterdag, in de hele provincie. Op zondag ging ik dan of naar DOS kijken, of het weekend daarna naar Elinkwijk of Velox. DOS was Eredivisie, Elinkwijk en Velox meestal eerste-divisie. U begrijpt: na het weekend rook ik naar gras en kalk.

Mijn ouders vonden het prima, met een gezin van zeven kinderen. Maar het was ook luxe. Ik heb zoveel goede voetballers gezien. Kijk even naar deze foto van Elinkwijk: Piet Kraak, Reinier Kreyermaat, Humphrey Mijnals, Frank Mijnals. Ik was een fan van zanger Harry Belafonte uit de Carriben, en zijn artistieke voetbalmaatje Humphrey Mijnals.

De eerste gekleurde speler in het Nederlands elftal, van Surinaamse afkomst. Zijn broer Frank was ook een goede speler. Verder speelde in Elinkwijk ook de Surinamer Michel Kruin, de spits. Als hij een doelrijpe kans miste, ging hij altijd zijn veters vastmaken. Wij moesten dan lachen, het lag aan zijn veters. Dat zie je tegenwoordig nooit meer, jammer.

Alleen Ronaldo heeft nog wel zoiets. Hij strijkt bij een foute kopbal nog wel eens drie haren weer recht. Maar Humprey Mijnals was zijn tijd vooruit. Zie hier zijn fameuze achterwaartse omhaal, nog nooit vertoond. En wel pal voor de doellijn, in zijn eerste interland! Die interland was tegen Bulgarije, in het Olympisch Stadion, uitslag 4-2. Ik heb het ook één keer gedaan, had een maand pijn in mijn rug.

Humphrey niet. Na Humphrey kwamen er meer gekleurde spelers in het Nederlands elftal. Van Indonesische, Marokkaanse, Turkse, Surinaamse, Antilliaanse, en Kaapverdische afkomst. Hoeveel gekleurde spelers speelden tot nu toe in het Nederlands elftal, sinds 1950, na Humphrey? Mijn vrienden raden het steeds fout, als ik ernaar vraag.

Vijfentachtig. Heel veel. Een open sportsamenleving, met veel kansen. Nu is 60% van het Nederlands elftal gekleurd. Is het voetbal racistisch? Nee dus. Je zou bijna zeggen: de kaaskopjes moeten wat bijsprinten. Maar nee, de kleur is niet belangrijk, kleurrijk voetbal wel.